Werkwijze

Wat betekenen al die termen nu eigenlijk?

IP-waarde, 3000k, CR-waarden, lux, lumen..... er zijn heel wat termen die gebruikt worden bij LED-verlichting. Om het voor iedereen zo begrijpelijk mogelijk te maken hebben we de belangrijkste termen voor u uitgelegd.

 

Lumen

Lumen geeft de lichtopbrengst aan van een bepaalde lichtbron. Vroeger werd dit uitgedrukt in Watt. Maar feitelijk is dat onjuist. Watt zegt namelijk niets over de lichtopbrengst, maar over het stroomverbruik. Let wel op: het aantal lumen kan niet altijd gebruikt worden voor een vergelijking van lichtbronnen. Daar spelen ook andere zaken nog een rol, zoals het verlies aan licht (bij TL-buizen bijvoorbeeld) of de kleur van het licht. Laat u dus goed informeren voordat u zelf lampen gaat vervangen!

 

Lumen per Watt

Het aantal lumen per Watt zegt iets over de efficiency van een lamp. Hoe hoger deze waarde, des te efficiënter is de lamp. Een gloeilamp is met afstand de minst efficiënte lichtbron, namelijk ongeveer 8 lumen per Watt. LED-lampen zijn het meest efficiënt. Sommige lichtbronnen, zoals bijvoorbeeld stadionverlichting, heeft een verhouding van >165 lumen per Watt. Het aantal lumen per Watt is van belang als u in aanmerking kunt komen voor de Energie Investeringsaftrek. Deze aftrek is alleen mogelijk bij lichtbronnen met een verhouding van 100 lumen per Watt of meer.

 

Lumenbehoud

Het grootste verschil tussen de goedkope internet- of bouwmarktproducten en de echte kwaliteitsproducten zit in het lumenbehoud. Dit wordt vaak aangeduid met de L80 / B10 standaard. Maar wat betekent dat precies?

L80 - Dit betekent dat een minimum van 80% van de lichtopbrengst gedurende een vooraf aangegeven periode gehandhaafd blijft in een optimale temperatuur.

B10 - Het tweede deel van de standaard, de B10, betekent dat minimaal 90% van de armaturen in een installatie zullen reageren op het niveau van onderhoud van de gedefinieerde lichtopbrengst.

 

Voorbeeld: Als we een lamp hebben van 50.000 branduren L80 B10, dan betekent dit dat na 50.000 uur 90% van de LED-chips een lumenbehoud hebben van 80% ten opzichte van de oorspronkelijke lichtopbrengst. Alle LED-producten van LEDS DO IT voldoen aan de L80 B10 norm.

 

Lux

Lux is een graadmeter voor de verlichting die nodig is in een bepaalde omgeving. Het geeft het aantal lumen per m2 aan.  Een eenvoudig voorbeeld: een sporthal heeft een lux van 500 nodig. De hal is 40 meter lang en 20 meter breed. Totaal dus 800 m2. De totalen lumen in de ruimte moet daarom 800 x 500 = 400.000 zijn. Dat zijn ongeveer 30 modules met een output van 13.500 lumen per module.

 

Flicker

Flicker geeft aan hoeveel een lamp knippert (zie afbeelding boven). Bij oude TL-buizen komt dit vaak voor. Flicker wordt uitgedrukt in een percentage. 35% of meer Flicker wordt als hinderlijk ervaren en heeft negatieve effecten op mensen die werken met deze verlichting. Ook kunnen gezondheidsklachten optreden, zoals vermoeidheid en hoofdpijn. Het advies is om lichtbronnen te gebruiken met een maximale Flicker van 15%. LED-verlichting, mits van goede kwaliteit, voldoet hieraan.

 

CRI waarde 

De CRI waarde zegt iets over de kleurweergave. Verlichting met een lage CRI waarde geeft kleuren dus anders weer dan ze eigenlijk zijn. CRI hoeft niet altijd een belangrijke rol te spelen. Voor straatverlichting bijvoorbeeld maakt het niet veel uit als er een lagere CRI waarde is. Werkt men in de grafische industrie, dan is een hoge CRI heel belangrijk.

Hoe CRI werkt kunnen we het beste laten zien in de 'appel test'

Hier is duidelijk zichtbaar wat CRI doet met de weergave van kleuren.

 

UGR

UGR staat voor 'unified glare rating'. De UGR is een getal dat aangeeft in hoeverre een lichtbron hinderlijk kan zijn of verblinding kan veroorzaken. Hoe lager de waarde, des te minder verblinding is er. Gemiddeld genomen is de UGR tussen de 15 en 30. Een UGR van minder dan 10 kent geen gevaar voor verblinding of lichthinder. UGR wordt bepaald aan de hand van 4 factoren:

  • meetpunt: dit heeft te maken met de positie van de persoon ten opzichte van het lichtpunt
  • reflectie: in hoeverre is sprake van reflecterende objecten (bijvoorbeeld witte hoogglans muren)
  • locatie: in hoeverre kan men rechtstreeks in de lichtbron te kijken. In een sporthal is dit meer van toepassing dan bijvoorbeeld in een parkeergarage
  • verlichtingsproduct: welk soort verlichting is het en zijn er beschermingsmaatregelen (zoals plastic covers)

Er zijn NEN-normen voor de UGR vastgesteld:

  • Gangen <28
  • Bedrijfshallen <25
  • Trappen en liften <25
  • Kantoorruimte / klaslokalen <19
  • Tekenkamers <16

 

Kleurentemperatuur

LED is al lang niet meer het koude wit-blauwe licht. Door de constante ontwikkeling van LED zijn er nu veel toepassingen mogelijk. Ook verschillende kleurtemperaturen zijn inmiddels mogelijk. De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Hoe hoger het aantal Kelvin, des te koeler zal het licht aandoen.

LED-verlichting zit meestal tussen de 1500k en 6000k, afhankelijk van de toepassing en de lichtbron. 

 

Powerfactor

De powerfactor geeft de verhouding aan tussen het daadwerkelijke vermogen en het schijnbare vermogen. Als de powerfactor lager is dan 1, dan is sprake van zogenaamd 'blindstroom'. Ofwel uw lamp gebruikt meer stroom dan noodzakelijk. Dat is voor kleinverbruikers geen probleem, omdat de blindstroom niet in rekening wordt gebracht. Voor grootverbruiker ligt dit anders.

Als u kiest voor LED-verlichting met een dimmer, dan is het van groot belang om een zo hoog mogelijke powerfactor te hebben. De powerfactor heeft immers gevolgen voor het aantal LED-lampen dat een dimmer aankan. 

Voorbeeld: u heeft een dimmer met een maximaal vermogen van 100W/VA. Dat houdt in dat er 10 lampen met een vermogen van 10W kunt aansluiten op de dimmer. Heeft u LED-verlichting met een powerfactor van 0,9, dan kunnen er maar 9 LED-lampen op deze dimmer worden aangesloten. En bij een powerfactor van 0,55 (spaarlamp) kunt u maar 5 lampen aansluiten. Houd hier rekening mee bij het kopen van uw dimmer!

 

IP-waarde

De IP-waarde zegt iets over de stof- en waterdichtheid van een LED-lamp. Deze waarde bestaat uit 2 cijfers. Het eerste cijfer zegt iets over de stofdichtheid. Het tweede cijfer zegt iets over de waterdichtheid.

Stofdichtheid wordt uitgedrukt in een cijfer tussen 1 en 6, waarbij een hoge waarden een hoge stofdichtheid aangeeft. Waterdichtheid kent een cijfer tussen 1 en 8. En ook hiervoor geldt: hoe hoger het cijfer, hoe hoger de waterdichtheid.

Bij LED-verlichting kennen we grofweg 3 IP-waarden:

  • IP20 - deze lampen kunnen enkel binnenshuis gebruikt worden. De waterdichtheid is immers 0
  • IP44 - deze lampen kunnen ook buitenshuis gebruikt worden, maar zijn slechts gedeeltelijk bestand tegen stof en water
  • IP65 - deze lampen kunnen buitenshuis gebruikt worden en zijn stof- en watervast

LED-lampen zijn volledig waterdicht en geschikt voor onderwatergebruik bij een IP-waarde van 68.